Integraal werken


Vijftien jaar geleden was ik projectmanager in de stedelijke vernieuwing. Dat werk betreft de vernieuwing van stadswijken. ‘Integraal werken’ was daarbij het motto. Als je een buurt vernieuwt moet je immers niet alleen nadenken over de gewenste fysieke veranderingen in huizen en straten. De sociale aspecten zijn net zo belangrijk – wie wonen er nu in die buurt en wie wonen er straks? Hoe meng je verschillende inkomensgroepen? Hoe gaan die mensen samen leven? En vergeet de economische kant niet. Waar komt de werkgelegenheid? Biedt de wijk straks ruimte aan zowel wonen als werken? Verkeerskundige maatregelen hebben effect op economie en wonen. Er moeten voldoende parkeerplaatsen zijn, want anders zijn woningen niet verkoopbaar en winkels niet bereikbaar. Tegelijkertijd is teveel ‘blik’ op de straat bij niemand populair. Alle aspecten hangen met elkaar samen. Als het eindbeeld een wijk oplevert die te eenzijdig van bouw en samenstelling is, is het risico groot dat er binnen afzienbare tijd nieuw problemen ontstaan. Dan is de wijk niet leefbaar.

Als projectmanager maakte ik voortdurend inhoudelijke afwegingen tussen doelstellingen en belangen: politieke doelstellingen , wensen van bewoners en winkeliers, financiële belangen van investeerders, de stedenbouwkundige visie enz. Ik was druk met het communicatieve proces van luisteren, informeren, onderhandelen, bemiddelen, draagvlak zoeken. Het projectteam moest schaken tussen de huidige situatie en de geplande toekomst. En daarnaast balanceren tussen tijd, geld en kwaliteit. Snelheid kan ten koste gaan van het draagvlak. Als de uitvoering goedkoper moet, gaat de kwaliteit achteruit. Dat heeft consequenties voor het imago van de wijk, de verkoopbaarheid van woningen en de samenstelling van de wijk. Een verandering op het ene gebied heeft effect op het andere gebied. Alles hangt met alles samen. Daar moesten we balans in vinden. Integraal werken bleek in de praktijk een grote puzzel rond de juiste balans.

Het integraal werken in de stedelijke vernieuwing was een inhoudelijke ‘dans naar balans’! De actualiteit was één van de danspartners. De kantorenmarkt stortte bijvoorbeeld in tijdens het planproces waardoor plannen voor kantoren moesten worden herzien. Rellende Marokkaanse jongeren in de buurt hadden effect op de maatschappelijke discussie over de samenstelling van de wijk.

Ondertussen vroeg ik me weleens af of ik zelf wel ‘integraal’ aan het werken was. Van die wijk begrepen we wel hoe alles met alles samenhing. Hoe ging het ondertussen met mij als mens? Als mens heb ik mijn denkvermogen, gevoelens, een lichaam en energie. Deze aspecten zijn continu aanwezig en werken voortdurend op elkaar in. Dat wil niet zeggen dat ze met elkaar in balans zijn, laat staan dat ze geïntegreerd zijn.

Mijn baan betrof de ‘fysieke sector’ van de overheid. Maar ik had geen aandacht voor mijn eigen fysieke conditie. Ik vond het normaal om het regelmatig te druk te hebben voor een lunchpauze. Ik hield mijn energie met veel koffie en een dagelijkse greep uit de snoeppot op peil. Mijn werk domineerde mijn agenda. Drie avondvergaderingen in de week waren geen uitzondering. Tijd om de volgende ochtend te compenseren was er nauwelijks.

Ik voelde me geleefd. De baan deed vooral een beroep op mijn inhoudelijke, mentale inzet: informatie, discussie, argumentatie. Ik moest overzicht houden, strategisch handelen, stukken schrijven, presentaties geven. Dit kon ik allemaal prima, maar ik ben een gevoelsmens. Gelukkig was ik voortdurend in interactie en communicatie met andere mensen. In kon mijn sociale vaardigheden kwijt. Alleen - dat betekende niet dat ik aandacht had voor mijn gevoelens, emoties en de vraag hoe het met mijn energie gesteld was. Professioneel gedrag hield in om mijn eigen gevoelens juist te negeren. Die waren niet relevant. Ik moest rollen vervullen - voorzitten, onderhandelen, adviseren. Ik had geen tijd om mijn ervaringen te integreren want ik holde van het ene overleg naar het volgende. ’s Avonds laat wilde ik alleen nog maar compenseren, een wijntje drinken en het over iets anders hebben. Ik was de hele week in functie en wist nauwelijks meer wie ik zelf was. Ik leek een wandelend hoofd, zonder contact met mijn lichaam. Op lege momenten ging ik een computerspelletje spelen om bezig te blijven. Ik voelde niets want ik wist niet meer waar te beginnen. Ik was niet integraal aan het werken. Ik was niet in balans. Ik raakte steeds verder van mezelf vervreemd. En dat nam ik mezelf kwalijk, want het lag natuurlijk aan mij. Ieder ander leek dit gewoon te vinden en makkelijk aan te kunnen.

Het inzicht kwam de eerste dag na een zomervakantie. Het was een gezonde vakantie geweest met veel wandelen in de bergen. Ik was weer fit, ik was weer mens. Op het eerste rustige moment van die werkdag holde ik even naar de supermarkt om de snoeppot op onze kamer bij te vullen. Drie rollen koekjes en twee repen chocola. Ik kon maar beter een voorraadje hebben tenslotte. Ik liep met de buit naar mijn werk en opeens realiseerde ik me ‘ik houd mezelf hier zoet’. Mijn ongenoegen eet ik weg. Ik stap meteen terug in het patroon van efficiënt doorwerken en het ont-kennen van mijn gevoelens.

Niet veel later zag ik een advertentie voor een andere baan. Daar werd ik aangenomen. Ik zette een volgende stap richting integraal leven en werken.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square