Toen ik NEE zei, werd ik bevorderd


Ik schreef het al: ik kan me makkelijk aanpassen. Ook schreef ik al eerder dat ik ambtenaar ben geweest. Deze blog gaat over de vraag of dat een gelukkige combinatie is.

Ja en nee natuurlijk! Per definitie past een ambtenaar zich aan. Dat staat bij wijze van spreken in zijn functieomschrijving. Politici zetten de koers uit. De politiek beslist. Bestuurders beslissen. De democratie beslist. Een ambtenaar is dienstbaar. Hij mag niet gehecht zijn aan zijn eigen oplossingen als de politiek anders beschikt. Van een ambtenaar wordt gevraagd om zijn (politieke) wil ondergeschikt te maken en besluiten loyaal uit te voeren. Hij geeft zijn kennis, kracht en organisatietalent.

Veel ambtenaren kunnen dat. De meeste ambtenaren zijn heel aardige mensen. Niemand gaat tenslotte bij de overheid werken voor persoonlijk gewin. Maar hoe aardig blijf je? Waar leg je met je loyale inborst je grenzen? Wanneer gaat de rek eruit? Hoe ga je om met teleurstellingen als die er zijn? Of met frustratie, met woede?

Het klinkt raar, maar voor mij was ambtenaar zijn op een bepaalde manier een gevaarlijk beroep. Mijn natuurlijke neiging tot aanpassen werd versterkt en gestimuleerd door het systeem waarin ik werkte. Ik zat vast in mijn patroon. Ik kwam er niet van los, voelde geen ruimte om iets anders te doen. Ik voelde geen vrijheid. En daardoor voelde ik me ook niet in balans.

Ik ontdekte toen dat balans van nature ontstaat. Als ik niet bewust voor mijn balans kies, dan dwingt mijn systeem het af. Als ik steeds over mijn grenzen ga en geen rust neem, word ik uiteindelijk ziek. Dan krijg ik vanzelf rust want ik moet tijdelijk met alles stoppen. Mijn lichaam is voor zijn behoeften op gekomen. Het heeft zelf mijn rust georganiseerd. Mijn lichaam loopt niet slaafs achter mijn plannen aan. Het trapt op de rem. Dat is één aspect van de wijsheid van mijn lichaam. Het houdt mijn belangen beter in de gaten dan ‘ik’ doe.

Op emotioneel niveau werkt het hetzelfde. Emoties willen niet opgepot of gecontroleerd worden. Emoties willen mijn lichaam uit. Als ‘ik’ mijn emoties niet naar buiten breng, dan doen ze het zelf wel. Ze sijpelen door mijn gedrag heen en uiten zich in lichaamstaal. Of in kortaf zijn, in chagrijn of vermoeidheid.

Ex-pressie. Uit-drukken. Met kracht komen ze naar buiten, omdat dat in hun natuur zit. Omdat ik op die manier in balans kom. Omdat het niet gezond is om de hele tijd aardig te zijn voor anderen en mezelf te vergeten. Omdat het niet gezond is om de hele dag verstandig te zijn. Emoties leiden hun eigen leven en omzeilen mijn controle zodra ze de kans krijgen. Misschien ben ik kortaf naar collega’s. Of ik ben ’s avonds, als ik de touwtjes laat glippen, opeens onaardig. Ik reageer me af op mijn partner. Of op mezelf. In zelfkritiek, zelf sabotage of teveel chips eten.

Dit is geen pleidooi voor bewust onaardig zijn. Om in balans te komen pleit ik voor aardig zijn voor jezelf. Als je jezelf trouw bent, valt er niets meer af te reageren. Balans keer terug als je je eigen wensen en je grenzen respecteert. JA zeggen wanneer je dat meent en NEE zeggen wanneer je dat meent. Je lichaam en emoties helpen je. Het is aan jou om op dat innerlijk kompas te koersen. Hoe beter ik naar mijn lichaam en gevoelens luister en met ze samen werk, hoe meer ik in mijn kracht sta. Als ik in mijn kracht sta, kan ik oprecht JA en NEE zeggen. Ze zijn allebei even belangrijk.

Voor mij was het een eye-opener dat ook NEE zeggen wordt gewaardeerd. Een ander weet dan wat hij aan je heeft. Je bent duidelijk. Ik heb (als ambtenaar) ooit een opdracht geweigerd waar ik echt geen zin in had. Mijn NEE kwam vanuit mijn tenen. Tot mijn grote verbazing bleek dat te leiden tot een volgende stap in mijn carrière. De leiding zag dat ik niet altijd mee bewoog maar ook stevig in mijn schoenen kon staan. Kort daarna werd ik bevorderd.

Uitgelichte berichten
Recente berichten
Archief
Zoeken op tags
Volg ons
  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Basic Square
  • Twitter Basic Square
  • Google+ Basic Square